24 Nov '06 - 362 W, 5 I - + 15 - 18 Geheimzinnige cirkels

Cirkelvormige structuren in het landschap hebben al decennia veel aardwetenschappers geintrigeerd. Op de recente digitale hoogtekaart van ons land zijn dergelijke vormen zichbaarder geworden dan ooit. Doorgaans krijgen ze de kwalificatie 'paraboolduinen', in de laatste ijstijd door de wind in de poolwoestijn en tijdens warmere interglacialen gevormd. Maar wind verklaart lang niet alles, veel gelijktijdig gevormde structuren liggen in tegengestelde windrichtingen of zijn opmerkelijk cirkelvormig, anders dan hoefijzervormig (parabool) of sikkelvormig (niet in Nederland; zie aardige animaties over het ontstaan sikkelduinen op: www.tinyurl.com/cpehw). Een andere verklaring is dat kwelwater zich met behoorlijk geweld door zwakkere plekken in de permafrost perste, wat deze cirkels tot gevolg had: 'kraters met een uitspoelopening'. Kleinere, actuele versies zien we bijvoorbeeld in slootranden waar kwel opkomt of andere kwelpunten zoals deze bron in een loofbos (klik foto aan voor een totaalbeeld):


De grotere ijstijdvariant is een nog omstreden theorie, die zich moet bewijzen. Daarom togen ecohydroloog Peter van der Molen (op foto links; DLG), bodemkundige John Mulder (op foto rechts; Alterra) en waterbeheerder Eric Brinckmann (landgoed het Lankheet) met bioloog Gert Jan Baaijens (op foto midden; UvG) op pad om de theorie te toetsen.

Op verzoek van landgoed het Lankheet werd een structuur met een diameter van zo'n 175 meter onderzocht die midden in een nieuw aangelegd natuurlijk zuiveringsfilter ligt. Meer inzicht in dit soort structuren, levert meer inzicht in grondwaterbewegingen op, aangezien ze nog steeds preferente stromen vertegenwoordigen. Voor het waterbeheer van belang.

Indien het hier een krater betreft moeten er in de kern overduidelijk sporen zijn van opwaartse waterdruk -o.m. af te lezen aan ijzerhoudend sediment in de bodem- grove zandafzetting aan de binnenrand (hogere stroomsnelheid) en fijne zandafzetting aan de buitenrand (lagere/afnemende stroomsnelheid). Grondmonsters op verschillende plaatsen in de cirkelstructuur wezen inderdaad deze volgorde aan: oer/ijzer in de kern, grind in de randen en fijnere afzettingen in de buitenranden.

Hoewel hiermee de theorie nog lang niet is bewezen, is hij door deze toetsing tenminste niet weerlegd. Nieuwe boringen op andere plaatsen volgen.

We stellen het op prijs als u reageert!: