|
Lutterzand/ Dinkel
De Dinkel is een van de meest natuurlijke beken van Nederland. De Dinkel ontspringt in een kalkplateau in Duitsland en voert kalkrijk water met zich mee naar Nederland. Ook bij Losser dagzomen kalkrijke afzettingen uit het Krijt waardoor wordt kalk aan het water van de Dinkel toegevoegd. Bij hoge afvoeren treed de Dinkel buiten haar oevers en wordt het dal bevloeit met kalkrijk water. Het reliëf en de slecht doorlatende ondergrond verklaren dat neerslag in het stroomgebied van nature leidt tot snelle en hoge piekafvoeren. Deze afvoeren hebben voldoende vermogen om veranderingen in het reliëf van de dalbodem tot stand te brengen. Daarmee is de Dinkel de meest actieve vrij meanderende beek van Nederland. Door aanzanding en erosie worden kronkelwaarden gevormd en wordt bij hoog water zand op de oever afgezet en vormen zich nog steeds oeverwallen. Door de sterke meandering worden bochten natuurlijk afgesneden en blijven als restgeulen achter.
Ter hoogte van het Lutterzand heeft de rivier de Dinkel een zeer fraaie meanderbocht gevormd. De buitenbocht van deze meander ondergraaft hier een vastgelegde stuifzandgebied. Hierdoor is een metershoge steilrand ontstaan waarin verschillende geologische afzettingen uit de laatste ijstijd zijn ontsloten. Ook bodemkundig is deze steilrand zeer waardevol omdat meerdere (podzol)bodems boven elkaar voorkomen. Het Dinkeldal zelf is een door landijs uitgesleten glaciaal bekken waarvan de basis 50 m beneden maaiveld ligt. Aan de westzijde van het bekken ligt de stuwwal van Oldenzaal, die oorspronkelijk heeft vastgezeten aan de stuwwal van Ootmarsum. Na de vorming van de stuwwal is een ijslob door de stuwwal heen gebroken en heeft de stuwwal verschoven naar een positie tussen Oldenzaal en Enschede. Tijdens dit proces zijn fragmenten van de stuwwal over de bevroren ondergrond naar het westen verplaats. Dit zijn de kleine stuwwallen van Tubbergen, Albergen, Zenderen en Delden. In een later fase van het Saalien zijn stuwwalen van oost Twente door een ijsstroom van uit het noorden overreden, gladgeschoren en bedekt geraakt met keileem. Deze keileem vormt samen met gestuwde tertiaire kleien ondoorlatende lagen waarover basenrijk grondwater kan uittreden. Via laat-pleistocene erosiedalen waarin onder invloed van het stromend water smalle holocene beekdalen zijn ingesneden stoomt het water naar het Dinkeldal of het stroomgebied van de Regge (oa. Bloemenbeek en Snoeijinksbeek). Vanaf de ca. 80 m +NAP hoge toppen van de stuwwal van Oldenzaal, de Tankenberg, Paasberg en Hakenberg heb je een schitterend uitzicht over het Dinkeldal.
|
|
|