Home
Klik op onderstaande routekaart om naar de PDF te gaan waarop u kunt inzoomen
Legenda
Wie zijn wij?
Wat zijn aardwaarden?
Aardwaarden journaal
Wat zijn landgoederen?
Fietsroutes
Landgoederen:
De Eese
Het Lotter
Junne
Vilsteren
Schellerberg
Het Springendal
Vasserheide
Schultenwolde
Weleveld
Het Haarboer
De Noetselerberg
Lutterzand
Nieuw Rande
Frieswijk
Twickel
Westerflier
Het Lankheet
Over deze site:
Aardwaardenpark is een initiatief van het Overijssels Particulier Grondbezit (OPG) in samenwerking met Alterra. Het gaat om geologische monumenten in de provincie Overijssel die bepalend zijn geweest voor de inrichting van het landschap. Geologische monumenten hebben een fascinerende ontstaansgeschiedenis en je kunt er wandelen en fietsen.

Junne

Het Landgoed Junne ligt net als het Vilsteren op de rand van het Vechtdal.  De Vecht heeft nabij Junne  drie fascinerende meanderbochten uitgesleten, waarvan het Junnerkoeland het meest tot de verbeelding spreekt.  De koelanden vormden eeuwenlang de gemeenschappelijke weidegronden van de dorpen langs de Vecht.  Zowel aardkundig als floristisch zijn deze koelanden zeer waardevol. Door de kanalisatie van de Vecht is het Junnerkoeland op de verkeerde oever, de noordoever van de Vecht terecht gekomen  Op het rivierduinencomplex van het Junnerkoeland komen grafheuvels voor. Het terrein is daarom een archeologisch monument.

De grootste stuifzandgebieden in Overijssel vinden we aan weerszijden van het Vechtdal. Het landgoed Junne maakt deel uit van zo’n uitgestrekt stuifzandgebied. Vrijwel al het stuifzand in Nederland is met naaldbos vastgelegd Een kern van nog actief stuivend zand bevindt zich in de nabij gelegen  boswachterij Ommen en draagt de toepasselijke naam Sahara (Staatsbosbeheer) Hier kan men zien hoe tot het einde van de 19e eeuw grote delen van het Nederlandse zandlandschap in verstuiving was.  Het dekzandlandschap langs de Vecht is door ontbossingen en ontginningen in de middeleeuwen in verstuiving geraakt. De hoogste onbegroeide dekzandkoppen stoven diep uit tot op het grondwater. Het stuivende zand werd in de vegetatie vastgelegd in individuele duintjes. Deze duinen kwamen later opnieuw tot verstuiving en vormden aaneengesloten duinvormen, vaak in de vorm van parabolen. In de Sahara kun je zien hoe zo’n parabool duin het bos in ‘wandelt’ en bomen tot net onder de kroon bedekt met zand.  De natte laagte in het dekzandlandschap met schijngrondwaterstand op een slechts millimeters dikke ondoorlatende laag in het bodemprofiel waren niet gevoelig voor verstuiving. Doordat de vegetatie aan de rand van de laagte stuifzand inving werd een ringwal rond de vennen opgebouwd. Rond de vennen werd het zand tot beneden het niveau van de ondoorlatende laag uitgeblazen. Als gevolg van deze reliëfomkering steken de vennen met ringwallen boven het omringende landschap uit. Dit aardkundig fenomeen wordt ook wel een ‘fort’ genoemd. In de boswachterij Ommen liggen drie van deze bijzondere maar kwestbare terreinvormen: het Bestmerven, het Dichteven en het Zeeserven