|
De Eese
Het landgoed De Eese ligt op een gestuwde zijmorene van het boogvormige stuwwalcomplex van Steenwijk uit de voorlaatste ijstijd, de Saale ijstijd of Saalien. De vlakte ten zuiden van het Landgoed De Eese is van oorsprong een glaciaal tongbekken. Op het kaartje is het goed voor te stellen dat in dit bekken de ijslob lag, die de stuwwal gevormd heeft. Na het afsmelten van het landijs is het tongbekken opgevuld met grof zand. Dit zand werd aangevoerd door een glaciale rivier, die bij Steenwijk door de stuwwal is gebroken is. Nu stroomt er de Steenwijker Aa.
Ten zuiden van de stuwwalboog voerde de Oervecht, een voorloper van de Overijsselse Vecht, in een breed dal smeltwater af naar het westen. De Oervecht was zo’n 10-15 km breed. Ook Duitse rivieren zoals de Ems, Elbe en Weser die werden geblokkeerd èn gevoed door het ijsfront, stroomden via dit brede dal door Nederland. Door de eroderende werking van deze Oervecht is de helling van het stuwwalcomplex van Steenwijk hier messcherp afgesleten.
De stuwwal zelf bestaat uit gestuwde keileem (grondmorene) en gestuwde glaciale zanden van vóór de landijsbedekking in het Saalien (Formatie van Eindhoven). Deze zanden die overal onder de keileem van het Drentsplateau liggen komen juist door de stuwing van het landijs op het Landgoed de Eese aan de oppervlakte. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselein, is op de zuidoost helling van de stuwwal door verstuiving dekzand afgezet. Na deze jongste ijstijd is één van de dekzandruggen opnieuw verstoven en is een ovale uitgestoven laagte met zandduinen gevormd. Dit complex is een zeer gaaf voorbeeld van het proces van winderosie en van het fenomeen uitblazingsbekken.
|